Operating
Op deze pagina staat een overzicht van in de praktijk populaire werkfrequenties voor bepaalde experimenten. Het gaat om toepassingen die binnen de (IARU-)bandplannen vallen, maar daar niet expliciet als zodanig worden genoemd. Vaak zijn het techniek-gedreven experimenten met een (half)tijdelijk karakter.
De IARU-Regio-1 bandplannen zijn leidend, tenzij er een expliciete nationale afwijking is afgesproken. Bandplannen worden waar mogelijk generiek en techniek-neutraal opgesteld: per frequentiegebied wordt vooral een maximale bandbreedte en het type gebruik aangegeven. De precieze nadere invulling van een frequentie banddeel wordt overgelaten aan de VHF en hoger gemeenschap. Onder “bandplannen” verstaan we hier de afspraken zoals binnen IARU-Regio 1 gemaakt. Hier staan de bandplannen die binnen de IARU-R1 zijn afgesproken.
Digitale smalband-modes zijn de laatste jaren sterk in opkomst. Voor veel van deze modes is in de praktijk binnen de VHF en hoger gemeenschap een vaste werkfrequentie afgesproken. Deze digitale smalband-modes worden ook aangeduid met de afkorting MGM: Machine Generated Modes.
Digitale Mode Q65
Naast FT8 en FT4 is sinds 2021 de mode Q65 populair bij weak-signal experimenten, vooral wanneer signalen door de propagatie vervormd worden, bijvoorbeeld door Doppler spreading. Er wordt dan een parameterset gekozen die het beste past bij het betreffende propagatiemechanisme.
In skeds kom je bijvoorbeeld de notatie Q65-30D tegen. Dit betekent: mode Q65, submode D, met een RX/TX-sequentie van 30 seconden. In het algemeen geldt: hoe verder de letter in het alfabet, hoe groter de tone spacing. Een langere sequentieduur leidt juist tot een kleinere tone spacing. Door te variëren met sequentieduur en submode kun je de mode optimaliseren voor de gewenste propagatiecondities.
Let er wel op dat bij grotere tone spacing je uitzending binnen de 2,5 kHz SSB-bandbreedte van je zender blijft. Anders hoort het tegenstation slechts een deel van de uitgezonden tonen en is decoderen niet (goed) mogelijk.
Meer informatie: https://wsjt.sourceforge.io/Q65_Quick_Start.pdf
Frequentiebanden
50 MHz
In het IARU-R1 bandplan is 50,300 – 50,400 MHz aangewezen voor smalband MGM experimenten met een maximale bandbreedte van 2700 Hz. Legacy usage van MGM beneden 50,300 MHz is toegestaan, maar indien mogelijk moet dit volgens het IARU R1 bandplan plaatsvinden tussen 50,300 – 50,400 MHz.
50,230 JT6M. Een ‘oude’ digitale mode met 30s sequence.
50,280 MSK144. Hier wordt voornamelijk een 15 seconde sequence gebruikt.
50,313 FT8
50,323 FT8 intercontinental contacts. Zie ook de webpagina van de UKSMG over dit onderwerp.
51,700 DATV max BW 500 kHz.
70 MHz
In het IARU-R1 bandplan is 70,100–70,250 MHz aangewezen voor CW/SSB/MGM-experimenten met een maximale bandbreedte van 2700 Hz. Houd er wel rekening mee dat per land verschillende allocaties en vergunningvoorwaarden gelden, waardoor er in de praktijk afwijkingen kunnen voorkomen.
70,154 FT8. Nederlandse stations roepen CQ in de 2e sequentie.
70,174 MSK144 MS. Op 4m wordt meestal de 15s sequence gebruikt.
70,200 SSB/CW centrum activiteit
144 MHz
Het IARU-R1 bandplan geeft aan dat 144,100 – 144,150 MHz gereserveerd is voor CW/MGM moonbounce experimenten met een maximale bandbreedte van 500 Hz. De meeste gebruikte digitale mode is daar JT65b of Q65A, beiden met 60 seconde sequence.
Het banddeel 144,150 – 144,400 MHz is volledig gereserveerd voor SSB/CW/MGM experimenten met een maximale bandbreedte van 2700 Hz.
144,170 JT65b Terrestrial.
144.164 Deze frequentie wordt incidenteel ook voor FT8 gebruikt wanneer het te druk is op 144.174 MHz
144,174 FT8. Nederlandse stations roepen CQ in de 2e sequentie.
144,178 FT8 alternatieve frequentie.
144.180 Q65 voor aardse verbindingen. Meestal wordt Q65b met een 15 seconden sequence gebruikt. Dit wordt ook wel aangegeven als Q65-15b
144.180 – 144.200 Activiteit tijdens Aurora openingen gehoord. De meeste stations gebruiken Q65-30d die ondanks de vervorming nog is te decoderen. Q65-30d omvat een ssb bandbreedte. Stations lijken zich te “kanaliseren” op deze frequneties 144.185, 144.190, 144.195,
144.192 Q65-30d. De mode Q65 submode d met een sequnece van 30 seconden is in gebruik voor TEP experimenten tussen Europa en Afrika. Waarbij Europese stations in de 2e sequence zenden (EU = 2nd).
144,300 SSB Centrum van activiteit
Het gehele frequentiegebied 144.340 tot 144.400 MHz wordt voor meteorscatter verbindingen gebruikt. Hier vinden sked plaats of als QSY frequentie na een oproep op 144.360 en 144.370 MHz. De QSY procedure staat beschreven in het VERON Vademecum.
144,360 MSK144. Gebruik alleen 30 seconden sequence. Nederlandse stations roepen CQ in de 2e sequentie.
144,370 FSK441. Gebruik alleen 30 seconden sequence. Nederlandse stations roepen CQ in de 2e sequentie.
144.600 Deze freq is in Nederland en Belgie in gebruik voor RB-DATV. Alleen gedurende de DATV activiteit weekenden gebruiken. Opdracht aan de gebruikers om de bandbreedte te beperken tot max 180 kHz (max SR 125 kHz) en de uitzendingen kort te houden.
144.400 – 144.500 Exclusieve bakenband. Naast de bekende CW en FSK bakens gebruiken een aantal bakens de digitale mode PI4.
144.800 APRS Packet AFSK 1200bd
145.500 FM Calling. Dit is al jaren de aanroepfrequntie voor FM simplex verkeer. Staat ook in het IARU bandplan en in het VERON Vademecum 17e druk. Echter in de 18e druk is dit weggevallen daarom hier voor de volledigheid genoemd.
432 MHz
Het IARU-R1 bandplan geeft aan dat 432,000 – 432,100 MHz is gereserveerd voor MGM/CW experimenten met een maximale bandbreedte van 500 Hz. 432,100 – 432,400 MHz is gereserveerd voor SSB/CW/MGM experimenten met een maximale bandbreedte van 2700 Hz.
432.060 – 432.150 Q65-60b EME verkeer. Tijdens EME contesten wordt ook wel 30 sec sequence gebruikt.
432,174 FT8
432.180 Q65
432,200 SSB centre of activity
432,370 Digital Meteor scatter en tevens Meteor Scatter centre of activity. Hier wordt nog regelmatig FSK441 gebruikt. Soms MSK144.
432.400 – 432.490 Exclusieve bakenband. Naast de bekende CW en FSK bakens gebruiken een aantal bakens de digitale mode PI4.
432.500 APRS Packet AFSK 1200bd
435 – 436 Satelliet Transponders
436 – 438 Gereserveerd voor breedband experimenten zoals DATV. Banddeel wordt gedeeld met satelliet activiteiten
439,9875 POCSAG PAGING. In europa de meest gebruikte frequentie voor POCSAG pager experimenten.
1296 MHz
1296.060 – 1296.150 Q65-60d EME verkeer. Tijdens EME contesten wordt ook wel Q65-30c gebruikt.
1296.170 FT4.
1296.174 FT8. FT8 blijkt niet altijd de juiste mode omdat de fsk tonen te dicht bij elkaar liggen. Er zijn op 23cm betere resultaten met FT4 door de grotere tone spacing en korte sequence.
1296.180 Q65 voor aardse verbindingen. Meestal de submode Q65b met 15s sequence.
1296.800 – 1297.000 Exclusieve bakenband. Naast de bekende CW en FSK bakens gebruiken een aantal bakens de digitale mode PI4.
Voor de 23cm-band geldt dat naar aanleiding van de aankomende restricties zoals beschreven in het CEPT-besluit een nieuw bandplan in ontwikkeling is. Dit bandplan is nog niet in IARU-verband vastgesteld, maar houd er rekening mee dat de meeste weak-signal activiteiten naar verwachting zullen verschuiven naar frequenties boven 1299 MHz.
2320 MHz
2320.174 FT8
2320.180 Q65 voor aardse verbindingen. Meestal de submode Q65b met 15s sequence.
3400 MHz
5760 MHz

